ontvreemden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ont·vreem·den
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
ontvreemden
ontvreemdde
ontvreemd
zwak -d volledig

Werkwoord

ontvreemden

  1. (overgankelijk) aan de rechtmatige eigenaar ontnemen, stelen
    Wie ontvreemdde dat geld?
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl