ontvreemdde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ont·vreemd·de

Werkwoord

vervoeging van
ontvreemden

ontvreemdde

  1. enkelvoud verleden tijd van ontvreemden
    • Ik ontvreemdde. 
    • Jij ontvreemdde. 
    • Hij, zij, het ontvreemdde.