gappen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gap·pen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
gappen
gapte
gegapt
zwak -t volledig

Werkwoord

gappen

  1. (overgankelijk) (Jiddisch-Hebreeuws) (informeel) iets wegnemen van iemand en het zich wederrechtelijk toe-eigenen, stelen, pikken
    Het bleek dat zijn mobieltje gegapt was door Ronald.
Synoniemen

Gangbaarheid

89 % van de Nederlanders
57 % van de Vlamingen.
Verwijzingen
  1. Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands