onderscheiden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·der·schei·den
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
onderscheiden


onderscheidde


onderscheiden


gemengd volledig

Werkwoord

onderscheiden

  1. (overgankelijk) een verschil in aanmerking nemen
    In de wet werden drie gevallen onderscheiden.
  2. (overgankelijk) iemands bijzonder gedrag erkennen, bijvoorbeeld middels een medaille
    Hij werd met een ridderorde onderscheiden.
  3. onderkennen
  4. (wederkerend) zich ~: door eigen toedoen opvallen
Verwante begrippen
Vertalingen
Vertalingen
stellend
onverbogen onderscheiden
verbogen

Bijvoeglijk naamwoord

onderscheiden

  1. verschillend

Werkwoord

vervoeging van
onderscheiden

onderscheiden

  1. voltooid deelwoord van onderscheiden