onderscheiden

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·der·schei·den
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
onderscheiden
onderscheidde
onderscheiden
zwak -d

gemengd

volledig

Werkwoord

onderscheiden

  1. overgankelijk een verschil in aanmerking nemen
    • In de wet werden drie gevallen onderscheiden. 
  2. overgankelijk iemands bijzonder gedrag erkennen, bijvoorbeeld middels een medaille
    • Hij werd met een ridderorde onderscheiden. 
  3. onderkennen
  4. wederkerend zich ~: door eigen toedoen opvallen
Verwante begrippen
Vertalingen
stellend
onverbogen onderscheiden
verbogen
partitief onderscheidens

Bijvoeglijk naamwoord

onderscheiden

  1. verschillend

Werkwoord

vervoeging van: onderscheiden…
geen verbogen vorm

onderscheiden

  1. voltooid deelwoord van onderscheiden

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.