onderpand

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·der·pand
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord onderpand onderpanden
verkleinwoord onderpandje onderpandjes

Zelfstandig naamwoord

onderpand o

  1. een zekerheid in de vorm van geld, goederen of rechten dat gegeven wordt aan iemand die in ruil daarvoor iets uitleent, waarbij de uitlener het in onderpand gegevene in bezit krijgt als het uitgeleende niet geretourneerd wordt
    • De bank vroeg het huis als onderpand van de lening. 
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie