lening

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • le·ning
Woordherkomst en -opbouw
  • Naamwoord van handeling van lenen met het achtervoegsel -ing.
enkelvoud meervoud
naamwoord lening leningen
verkleinwoord leninkje leninkjes

Zelfstandig naamwoord

lening v

  1. (economie) het lenen van geld
    • Hij heeft een lening afgesloten bij de bank. 
  2. een bedrag dat geleend wordt
    • De lening bedraagt tienduizend euro. 
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie