Naar inhoud springen

oeros

Uit WikiWoordenboek
Een oeros.
  • oer·os
enkelvoud meervoud
naamwoord oeros oerossen
verkleinwoord oerosje oerosjes

deoerosm

  1. (evenhoevigen) bepaald soort zoogdier, Bos primigenius op Wikispecies, de uitgestorven, ruige, langhoornige, wilde voorouder van het tamme huisrund die in de ijstijd in Europa, Noord-Afrika en West-Azië leefde
    • Koning Clovis trachtte de oeros te beschermen. 
    • Hoewel de oeros al sinds 1627 uitgestorven is, hebben wetenschappers DNA-monsters kunnen analyseren, met name van exemplaren uit koelere streken die goed bewaard zijn gebleven 
62 %van de Nederlanders;
53 %van de Vlamingen.[4]