oeros

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Oeros

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • oer·os
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van os met het voorvoegsel oer- [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord oeros oerossen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

oeros m

  1. (zoogdieren) Bos primigenius Wikispecies-logo-en.png de uitgestorven voorouder van het tamme rund
    Koning Clovis trachtte de oeros te beschermen.
Vertalingen

Gangbaarheid

64 % van de Nederlanders
54 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl