ijstijd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ijs·tijd
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord ijstijd ijstijden
verkleinwoord ijstijdje ijstijdjes

Zelfstandig naamwoord

ijstijd m

  1. een tijdperk waarin de gemiddelde temperatuur lager dan normaal is en uitgestrekte gebieden onder ijs bedolven zijn
    • De laatste ijstijd kwam zo'n twaalfduizend jaar geleden ten einde. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie