curieus

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • cu·ri·eus
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘merkwaardig’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1682 [1]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen curieus curieuzer curieust
verbogen curieuze curieuzere curieuste
partitief curieus curieuzers -

Bijvoeglijk naamwoord

curieus

  1. verlangend om iets te weten of waar te nemen
    • Wat ben jij toch een curieus mannetje... 
  2. vreemd, bizar en daardoor nieuwsgierigheid opwekkend
    • Wat een curieus onderwerp is dit, zeg! 
Synoniemen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
96 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen