Naar inhoud springen

nieuwsgierigheid

Uit WikiWoordenboek
  • nieuws·gie·rig·heid
enkelvoud meervoud
naamwoord nieuwsgierigheid nieuwsgierigheden
verkleinwoord

denieuwsgierigheidv

  1. het verlangen naar kennis
    • Hij had een grote nieuwsgierigheid voor informaticanieuws. 
     Toen ze vertelde dat ze een beetje Duits sprak, leek zijn nieuwsgierigheid alleen maar toe te nemen.[1]
     ` Mijn excuses dat ik mijn nieuwsgierigheid niet kan bedwingen,' zei hij, 'maar zou ik u mogen vragen waar u vandaan komt?'[2]
  1. Jessie Burton vert. Marja Borg
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704
  2. “Grand Hotel Europa” (2018), De Arbeiderspers op Wikipedia, ISBN 978-90-295-2622-7, p. 11