nieuwsgierigheid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • nieuws·gie·rig·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord nieuwsgierigheid -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

nieuwsgierigheid v

  1. de mate van nieuwsgierig zijn
    • Hij had een grote nieuwsgierigheid voor informaticanieuws. 
     ` Mijn excuses dat ik mijn nieuwsgierigheid niet kan bedwingen,' zei hij, 'maar zou ik u mogen vragen waar u vandaan komt?'[1]

Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Pfeiffer, Ilja Leonard op Wikipedia “Grand Hotel Europa” (2018), De Arbeiderspers op Wikipedia, ISBN 978-90-295-2622-7, p. 11