nettowinst

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • net·to·winst
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord nettowinst nettowinsten
verkleinwoord nettowinstje nettowinstjes

Zelfstandig naamwoord

nettowinst v/m

  1. brutowinst waarvan afschrijvingen en belastingen zijn afgetrokken
    • De nettowinst is het geld dat een bedrijf verdient. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie