negeren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ne·ge·ren
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘doen of iets of iemand niet bestaat’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1864 [1]
  • I: afgeleid van het Latijnse negāre (ontkennen) [2]
  • II: afgeleid van neger met het achtervoegsel -en [3]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
negeren
negeerde
genegeerd
zwak -d volledig

Werkwoord

negéren

  1. overgankelijk doen alsof iemand of iets niet bestaat.
Afgeleide begrippen
Vertalingen


stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
negeren
negerde
genegerd
zwak -d volledig

Werkwoord

négeren

  1. overgankelijk pesten, treiteren


Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen