motard

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Frans

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van moto met het achtervoegsel -ard.
  enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
mannelijk   motard     le motard     motards     les motards  
vrouwelijk   motarde     la motarde     motardes     les motardes  

Zelfstandig naamwoord

motard m

  1. motorrijder van het leger of de gendarmerie motoragent [1]
    «Le caricaturiste Plantu a reçu un courrier où Nicolas Sarkozy se plaignait des mouches dessinées au-dessus de sa tête, c'est un motard du ministère de l'Intérieur qui a livré la lettre.[2]»
    De karikaturist Plantu heeft een brief gekregen waarin Nicolas Sarkozy klaagde over de vliegen die boven zijn hoofd getekend waren, en een motorrijder van het ministerie van Binnenlandse Zaken heeft de brief afgeleverd.
  2. (uitgebreid) motorrijder, motorfanaat [1]
    «Les "Motards en colère" ont manifesté toute la matinée.»
    De "Woedende motorrijders" hebben heel de ochtend betoogd.

Verwijzingen