minachting

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • min·ach·ting
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord minachting
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

minachting v

  1. het minderwaardig vinden, het geen gunstige mening hebben over
    Hij liet zijn minachting maar al te duidelijk blijken.
Antoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen