achting

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ach·ting
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord achting -
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

achting v

  1. aanzien, respect
    • De trainer is sterk gestegen in mijn achting. 
    • De held werd met veel achting behandeld. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.