wandmeubel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wand·meu·bel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord wandmeubel wandmeubelen
wandmeubels
verkleinwoord wandmeubeltje wandmeubeltjes

Zelfstandig naamwoord

wandmeubel o [2]

  1. (meubel) een bergmeubel met kastjes, laden en open vakken dat tegen een muur staat
    • Verkoper Ron Kars van Sanders Meubelstad neemt de tijd om haarfijn alles over - klopklop - robuuste eikenhouten wandmeubelen uit te leggen. „Als klanten het onmogelijke willen aan kastopbouw, dan geef ik ze het voorbeeld van de gele BMW.” Het kwartje wil niet direct landen. „Een gele BMW kán niet. En als de man een rode fauteuil wil en de vrouw wil een groene, dan is de vrouw de baas en de man betaalt.”[3] 
    • Pronkstuk nu is een teakhouten wandmeubel uit de jaren vijftig van de Zweedse ontwerper Yngve Ekström. 'Deze kast heet 'Bangkok'en is een teakhouten meesterwerk', vertelt hij. 'Het fineer is als het ware ingedrukt, zo ontstond een bijzonder patroon.[4] 


Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  3. de Telegraaf MARIE-THÉRÈSE ROOSENDAAL 15 apr. 2017
  4. Volkskrant Danny Post 30 december 2017