mees

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mees
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord mees mezen
verkleinwoord meesje meesjes

Zelfstandig naamwoord

mees v/m

  1. (vogels) Paridae op Wikispecies, een kleine weinig schuwe zangvogel
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Spaans

Werkwoord

vervoeging van
mear

mees

  1. aanvoegende wijs tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van mear
  2. gebiedende wijs (ontkennend) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van mear