pimpelmees

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Een pimpelmees.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pim·pel·mees
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord pimpelmees pimpelmezen
verkleinwoord pimpelmeesje pimpelmeesjes

Zelfstandig naamwoord

pimpelmees v/m

  1. (dierkunde), (vogels) Parus caeruleus, één van de mezensoorten
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen