matters

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mat·ters

Bijvoeglijk naamwoord

matters

  1. partitief van de vergrotende trap van mat


Engels

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

matters mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord matter

Werkwoord

matters

  1. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van (to) matter