mannskap

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • mann·skap
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Duitse zelfstandige naamwoord Mannschaft
  • Samenstelling van mann met het achtervoegsel -skap
Naar frequentie 5000
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   mannskap     mannskapet     mannskap
mannskaper  
  mannskapa
mannskapene  
genitief   mannskaps     mannskapets     mannskaps
mannskapers  
  mannskapas
mannskapenes  

Zelfstandig naamwoord

mannskap, o

  1. mankrachten, mv, personeel
  2. team
  3. hulpkrachten, mv
  4. (militair) mannschappen, mv (zonder officieren)
  5. (scheepvaart) bemanning, manschap (zonder officieren)
Synoniemen
Afgeleide begrippen


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • mann·skap
Woordherkomst en -opbouw
  • [A] Afkomstig van het Oudnoorse zelfstandige naamwoord mannskapr
  • [B] Afkomstig van het Duitse zelfstandige naamwoord Mannschaft
  • [A + B] Samenstelling van mann met het achtervoegsel -skap
[A] enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   mannskap     mannskapet     mannskap     mannskapa  

Zelfstandig naamwoord

[A] mannskap, o

  1. mankracht, personeel
  2. team
  3. hulpkrachten, mv
  4. (militair) mannschappen, mv
  5. (scheepvaart) bemanning, manschap (zonder officieren)
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Typische woordcombinaties
  • [1]: ha for lite mannskap
te weinig personeel hebben
  • [4]: mannskap og befal
bemanning en officieren
[B] enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   mannskap     mannskapen     mannskapar     mannskapane  

Zelfstandig naamwoord

[B] mannskap, m

  1. durf, moed, sterkte
Afgeleide begrippen