bemanning
Uiterlijk

- be·man·ning
- Naamwoord van handeling van bemannen met het achtervoegsel -ing.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | bemanning | bemanningen |
| verkleinwoord | bemanninkje | bemanninkjes |
de bemanning v
- de personen die het benodigde werk aan boord van een schip of vliegtuig verrichten
- Op een passagiersschip zijn de bemanning en de passagiers strikt gescheiden.
- ▸ De schepen waarvan de zeilen gehesen zijn, zien eruit alsof ze in bloei staan, klaar om de passaat te vangen en hun bemanning ver weg te voeren.[1]
- ▸ De bemanning van Voyager 2 bestaat als het ware uit de honderden onderzoekers en journalisten die het gebeuren op aarde volgen.[2]
1. de personen die het benodigde werk aan boord van een schip of vliegtuig verrichten
|
|
- Het woord bemanning staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "bemanning" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[3] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx“Het huis aan de gouden bocht” (2014), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789021809526 - ↑ “Nieuws uit de kosmos” (2024), Fontaine Uitgevers
, ISBN 9789464043075 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 9
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Achtervoegsel -ing in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- WikiWoordenboek:Pagina's die ISBN magische koppelingen gebruiken
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 100 %
- Prevalentie Vlaanderen 99 %