make

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ma·ke

Werkwoord

vervoeging van
maken

make

  1. aanvoegende wijs van maken


Engels

Uitspraak
Naar frequentie 46 (werkwoord)


vervoeging
onbepaalde wijs to make
he/she/it makes
verleden tijd made
voltooid
deelwoord
made
onvoltooid
deelwoord
making
gebiedende wijs make

Werkwoord

make

  1. (overgankelijk) klaarmaken
  2. (overgankelijk) maken
  3. (overgankelijk) vervaardigen
Uitdrukkingen en gezegden
  • to be made out of money
heel rijk zijn
  • to make do
iets doen met gelimiteerde middelen
  • to make time
tijd vrijmaken
  • to make way
uit de weg gaan
  • to make for
gaan naar
  • to make off
haastig vertrekken
  • to make out
vrijen
  • to make up
verzoenen, iets ter plaatse uitvinden


Zweeds

Uitspraak
Woordafbreking
  • ma·ke

Zelfstandig naamwoord

make g

  1. echtgenoot m
Verbuiging
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   make     maken     makar     makarna  
genitief   makes     makens     makars     makarna  
Antoniemen