stadig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Afrikaans

Bijvoeglijk naamwoord

stadig

  1. langzaam


Deens

Uitspraak
  • IPA: /staːdi/
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoorse stǫðugr.
  • Deens woord met het achtervoegsel -ig.
stellend vergrotend overtreffend
onbepaald
(sterk)
g enkelvoud stadig mere stadig mest stadig
o enkelvoud stadigt
meervoud stadige
bepaald
(zwak)
enkelvoud en
meervoud
stadige mere stadig mest stadig

Bijvoeglijk naamwoord

stadig

  1. constant
  2. gevestigd
  3. doorlopend