stadig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sta·dig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen stadig stadiger stadigst
verbogen stadige stadigere stadigste
partitief stadigs stadigers -

Bijvoeglijk naamwoord

stadig [2]

  1. voortdurend en in hetzelfde tempo, aanhoudend
Afgeleide begrippen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal


Afrikaans

Bijvoeglijk naamwoord

stadig

  1. langzaam


Deens

Uitspraak
  • IPA: /staːdi/
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoorse stǫðugr.
  • Deens woord met het achtervoegsel -ig.
stellend vergrotend overtreffend
onbepaald
(sterk)
g enkelvoud stadig mere stadig mest stadig
o enkelvoud stadigt
meervoud stadige
bepaald
(zwak)
enkelvoud en
meervoud
stadige mere stadig mest stadig

Bijvoeglijk naamwoord

stadig

  1. constant
  2. gevestigd
  3. doorlopend