kussen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kus·sen
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kussen kussens
verkleinwoord kussentje kussentjes

Zelfstandig naamwoord

kussen o

  1. een met zacht materiaal gevulde zak, dienende om het (slaap)comfort van de gebruiker te verbeteren
    • Hij slaapt altijd met twee kussens. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen


stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
kussen
kuste
gekust
zwak -t volledig

Werkwoord

kussen [2]

  1. overgankelijk een kus geven
    • Na het uitspreken van het jawoord mocht hij de bruid kussen. 
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Zelfstandig naamwoord

kussen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord kus

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl
  2. etymologiebank.nl