zoenen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zoe·nen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
zoenen
zoende
gezoend
zwak -d volledig

Werkwoord

zoenen

  1. met de mond liefkozen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

zoenen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord zoen
Gangbaarheid
100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Zelfstandig naamwoord

zoenen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord zoen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl