cabaret

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

cabaret
Uitspraak
Woordafbreking
  • ca·ba·ret
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘amusementsgenre’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1914 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord cabaret cabarets
verkleinwoord cabaretje cabaretjes

Zelfstandig naamwoord

cabaret o

  1. kleinkunst, vermaak met toneel, zang, dans, en voordracht
    • De hoge kunsten noemen cabaret wel eens denigrerend kleinkunst. 
  2. gelegenheid waarbij cabaret[1] opgevoerd wordt
    • Iedere maand gaan wij naar het cabaret om te lachen. 
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Engels

Zelfstandig naamwoord

cabaret

  1. cabaret, een kleinkunst, vermaak met toneel, zang, dans, en voordracht.
  2. cabaret, de gelegenheid waar cabaret opgevoerd wordt.


Frans

Zelfstandig naamwoord

cabaret m

  1. cabaret, een kleinkunst, vermaak met toneel, zang, dans, en voordracht.
  2. cabaret, de gelegenheid waar cabaret opgevoerd wordt.


Italiaans

Zelfstandig naamwoord

cabaret m

  1. cabaret, een kleinkunst, vermaak met toneel, zang, dans, en voordracht.
  2. cabaret, de gelegenheid waar cabaret opgevoerd wordt.