waanzinnig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • waan·zin·nig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen waanzinnig waanzinniger waanzinnigst
verbogen waanzinnige waanzinnigere waanzinnigste
partitief waanzinnigs waanzinnigers -

Bijvoeglijk naamwoord

waanzinnig

  1. geestelijk gestoord
    • De echtgenote van Filips de Schone werd waanzinnig na de dood van haar man in 1506 en overleefde hem tot 1555. 
  2. (informeel) geweldig, indrukwekkend
    • Dat zijn waanzinnige schoenen. 
Verwante begrippen
Vertalingen

Bijwoord

waanzinnig

  1. heel erg, zeer
    • Hij is waanzinnig lui. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl