knaagdier

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • knaag·dier
Woordherkomst en -opbouw
  • samenstelling van  knaag ww  en  dier , in de betekenis van ‘zoogdier met grote snijtanden’ voor het eerst aangetroffen in 1862 [1][2].
    De knaagdieren zijn genoemd naar hun kenmerkende gebit, dat vier grote, beitelachtige tanden bevat, die uitstekend zijn om aan zaden en ander voedsel te knagen.
enkelvoud meervoud
naamwoord knaagdier knaagdieren
verkleinwoord knaagdiertje knaagdiertjes

Zelfstandig naamwoord

knaagdier o

  1. (zoogdieren) benaming voor dieren uit de orde Rodentia op Wikispecies, vrij kleine zoogdieren met twee paar op beitels lijkende en steeds aangroeiende snijtanden
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen