roedor

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Galicisch

enkelvoud meervoud
roedor roedores

Zelfstandig naamwoord

roedor m

  1. (dierkunde) knaagdier


Portugees

enkelvoud meervoud
roedor roedores

Zelfstandig naamwoord

roedor m

  1. (dierkunde) knaagdier


Spaans

enkelvoud meervoud
roedor roedores

Zelfstandig naamwoord

roedor m

  1. (dierkunde) knaagdier
    • Bajo la falsa apariencia de fragilidad que le daba aquella prenda demasiado grande, con sus incisivos de roedor y el aire tranquilo, Corso era sólido como un ladrillo obstinado. Arturo Pérez-Reverte, El club Dumas, 1993 (2008 uitg., ISBN 9788466320702)