katoen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ka·toen
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord katoen katoenen
verkleinwoord katoentje katoentje

Zelfstandig naamwoord

katoen o

  1. (kleding) een zachte vezel die uit de opperhuid (epidermis) van de zaden van de katoenplant groeit
    Gerecycled katoen is volgens het onderzoek het beste voor het milieu (beter dan wol of zijde). De kleding wordt gemaakt van afgedankte stoffen, waardoor er niet opnieuw grondstoffen of gewassen gebruikt worden. [3]
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. etymologiebank.nl
  3. www.nu.nl