katoenen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ka·toe·nen
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van katoen met het achtervoegsel -en
stellend
onverbogen (alleen
attributief)
verbogen katoenen

Bijvoeglijk naamwoord

katoenen

  1. van katoen vervaardigd
    Hij had een katoenen hemd aan.