bacalao

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • ba·ca·lao
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Spaanse naamwoord bacalao (dors, kabeljauw)
Naar frequentie zeldzaam
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   bacalao     bacalaoen     bacalaoer     bacalaoene  
genitief   bacalaos     bacalaoens     bacalaoers     bacalaoenes  

Zelfstandig naamwoord

bacalao, m

  1. (voeding) een gerecht gemaakt van geweekte klipvis met aardappelen, uien, tomaten en kruiden in olie
    «Bacalao blir i dag brukt som festrett.»
    Bacalao wordt tegenwoordig gebruikt als een feestmaal.
Schrijfwijzen
Typische woordcombinaties
  • Bacalao i form (kookrecept)


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • ba·ca·lao
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Spaanse naamwoord bacalao (dors, kabeljauw)
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   bacalao     bacalaoen     bacalaoar     bacalaoane  

Zelfstandig naamwoord

bacalao, m

  1. (voeding) een gerecht gemaakt van geweekte klipvis met aardappelen, uien, tomaten en kruiden in olie
Schrijfwijzen


Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • ba·ca·la·o
enkelvoud meervoud
bacalao bacalaos

Zelfstandig naamwoord

bacalao m

  1. (vissen) kabeljauw
  2. (voeding) stokvis
  3. (kookkunst) naam van een gerecht met stokvis

Verwijzingen