injectie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·jec·tie
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord injectie injecties
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

injectie v

  1. inspuiting
    • Zowel provincie als gemeenten willen een alternatief zónder injectie in de ondergrond. Het gaat in dat geval om volledige zuivering van het afvalwater bij de oliewinning in Schoonebeek zelf. Het volledig gezuiverde water kan dan op het oppervlaktewater worden geloosd. Ook zou het alleen ontdaan kunnen worden van de mijnbouwhulpstoffen waarna het via een pijplijn naar zee kan worden gepompt. [3] 
  2. (medisch) iets dat onderhuids, intraveneus of intramusculair met behulp van een injectienaald wordt ingebracht
    • De amokmaker kreeg een kalmerende injectie. 
  3. (wiskunde) een functie die een bepaalde waarde x in het domein afbeeldt naar een bepaalde waarde y in het codomein; formeel: v: XY zodanig dat f(a) = f(b) inhoudt dat a = b voor alle a, b in het domein
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen