hossen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hos·sen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
hossen
hoste
gehost
zwak -t volledig

Werkwoord

hossen

  1. (inergatief) in groep springen en dansen
    Wij zijn dol op de bossen. Daar kunnen we hossen, daar kunnen we klossen.