hosten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hos·ten
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
hosten
hostte
gehost
zwak -t volledig

Werkwoord

hosten

  1. overgankelijk (informatica) via een netwerk toegankelijk maken
Afgeleide begrippen

Werkwoord

vervoeging van
hossen

hosten

  1. meervoud verleden tijd van hossen
    • Wij hosten. 
    • Jullie hosten. 
    • Zij hosten. 

Gangbaarheid

75 % van de Nederlanders;
62 % van de Vlamingen.