honger

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hon·ger
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord honger
verkleinwoord hongertje hongertjes

Zelfstandig naamwoord

honger m

  1. behoefte aan voedsel
    Hij had honger gekregen van al dat sneeuwruimen.
  2. levensbedreigend tekort aan voedsel
    De honger die volgde op de misoogst was verschrikkelijk.
Spreekwoorden
  1. Honger is de beste saus.
    Als je grote honger hebt, smaakt alles veel lekkerder.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
hongeren

honger

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van hongeren
    Ik honger.
  2. gebiedende wijs van hongeren
    Honger!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van hongeren
    Honger je?
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl