hobby

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hob·by
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels. [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord hobby hobby's
verkleinwoord hobby'tje hobby'tjes

Zelfstandig naamwoord

hobby m

  1. een liefhebberij of bezigheid ter ontspanning voor in de vrije tijd
    Mijn hobby is het maken van websites en computerprogramma's.
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
hobbyen

hobby

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van hobbyen
    Ik hobby.
  2. gebiedende wijs van hobbyen
    Hobby!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van hobbyen
    Hobby je?
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • hob·by
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels.

Zelfstandig naamwoord

hobby m

  1. hobby
    «Noen har en trivelig hobby
    Sommige hebben een leuke hobby.
Verbuiging
m enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   hobby     hobbyen     hobbyer     hobbyene  
genitief   hobbys     hobbyens     hobbyers     hobbyenes  
Afgeleide begrippen


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • hob·by
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels.

Zelfstandig naamwoord

hobby m

  1. hobby
Verbuiging
m enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   hobby     hobbyen     hobbyar     hobbyane  
genitief                        
Afgeleide begrippen


Papiamento

Woordherkomst en -opbouw
  • Van het Engelse, Nederlandse of Spaanse hobby.
enkelvoud of
impliciet meervoud
expliciet meervoud
  hobby     hobbynan  

Zelfstandig naamwoord

hobby

  1. hobby
Schrijfwijzen
  • Alternatieve spelling: hobi.
  • Schrijfwijze op Bonaire en Curaçao: hòbi.