hobbyisme

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hob·by·is·me
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord hobbyisme -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

hobbyisme o

  1. het beoefenen van een hobby
  2. niet-professionele aanpak (-> beunhazerij)
Verwante begrippen

Gangbaarheid

90 % van de Nederlanders;
74 % van de Vlamingen.