histogram

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • his·to·gram
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord histogram histogrammen
verkleinwoord histogrammetje histogrammetjes

Zelfstandig naamwoord

histogram o

  1. (statistiek) grafische voorstelling van de frequentieverdeling d.m.v. rechthoeken
Vertalingen

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders;
92 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen