Naar inhoud springen

groet

Uit WikiWoordenboek
  • groet
  • Vroegnieuwnederlands groete, gruete, uit Middelnederlands grute, afleiding uit groeten, groten ‘groeten’, waarvoor zie groeten.[1] Evenzo afgeleid zijn Limburgs grote, Nederduits Groot en Duits Gruß.
enkelvoud meervoud
naamwoord groet groeten
verkleinwoord groetje groetjes

degroetm

  1. een uiting waarbij men elkaars aanwezigheid erkent wanneer men elkaar ontmoet
     Na een korte groet en het mompelen van enkele opbeurende woorden, stapt de man weer in en vertrekt.[2]
     Over een bezoek van Arthur aan haar werd nimmer gesproken en hij begon zich afte vragen, of hij er wel goed aan deed haar elke ochtend van de gang afte begroeten, maar hij ging er toch mee door want hij moest toch iets doen om zich hier bemind te maken en iets anders dan deze groet en soms het meebrengen van bloemen die dan door zijn vader bij haar werden gebracht, wist hij niet te verzinnen.[3]
    • "Hallo, hoe gaat het met u." is een veelgehoorde groet. 
vervoeging van
groeten

groet

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van groeten
  2. gebiedende wijs van groeten
99 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[4]