nazigroet

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • na·zi·groet
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord nazigroet nazigroeten
verkleinwoord nazigroetje nazigroetjes

Zelfstandig naamwoord

nazigroet m

  1. (geschiedenis) groet van de nazi's, d.w.z. rechterhand gestrekt schuin omhoog met de handpalm open, bij voorkeur gepaard gaande onder het uitstoten van de kreet 'Heil Hitler'
Synoniemen
Vertalingen

Meer informatie

Gangbaarheid