grappen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • grap·pen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
grappen
grapte
gegrapt
zwak -t volledig

Werkwoord

grappen

  1. inergatief iets grappigs zeggen
    • Af en toe grapte de pastoor zelfs en moesten de mensen hard lachen. 

Zelfstandig naamwoord

grappen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord grap

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie