grapje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • grap·je

Zelfstandig naamwoord

grapje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord grap

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.