glycerol

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gly·ce·rol
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord glycerol -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

glycerol v / m

  1. (scheikunde) (voeding) dikvloeibare, zoet smakende alcohol
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen


Noord-Fries

Zelfstandig naamwoord

glycerol

  1. (scheikunde) glycerine, glycerol; dikvloeibare, zoet smakende alcohol
Afkorting
  • C3H8O3
  • E 422
Synoniemen

Meer informatie


Schots

Zelfstandig naamwoord

glycerol

  1. (scheikunde) glycerine, glycerol; dikvloeibare, zoet smakende alcohol
Afkorting
  • C3H8O3
  • E 422
Synoniemen

Meer informatie


Slowaaks

Zelfstandig naamwoord

glycerol

  1. (scheikunde) glycerine, glycerol; dikvloeibare, zoet smakende alcohol
Afkorting
  • C3H8O3
  • E 422
Synoniemen

Meer informatie


Tsjechisch

Uitspraak
  • IPA: /glɪtsɛrɔl/
Woordafbreking
  • gly·ce·rol

Zelfstandig naamwoord

glycerol monbezield

  1. (scheikunde) glycerine, glycerol; dikvloeibare, zoet smakende alcohol
Verbuiging
Afkorting
  • C3H8O3
  • E 422
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen

Meer informatie

Verwijzingen