uitkomst

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uit·komst
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord uitkomst uitkomsten
verkleinwoord uitkomstje uitkomstjes

Zelfstandig naamwoord

uitkomst v

  1. de afloop van een bepaald proces
    • De uitkomst ervan was dat hij er kon blijven wonen. 
    • Het was de uitkomst van een zenuwslopende stemming waarbij Laurence, de absolute topfavoriet van de bookmakers, bij de jury enigszins teleurstellend als derde eindigde met 231 punten. Zweden won bij de vakjury’s voor het verrassende Noord-Macedonië. [1] 
  2. een omstandigheid of zaak die in een moeilijkheid voorziet
    • Het was een uitkomst dat je wist hoe dat moest. 
    • Alle pillen voor de hele week in één keer kunnen slikken. Dat zou een uitkomst zijn voor mensen die iedere dag op vaste tijden een flink aantal medicijnen slikken.[2] 
  3. (wiskunde), getal als resultaat van een bewerking.
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Tubantia Stefan Raatgever 19 mei. 2019 Duncan doet waar Nederland na 44 jaar naar smachtte
  2. NRC Sander Voormolen 10 januari 2018 Alle medicijnen in één pil