uitkomst

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uit·komst
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord uitkomst uitkomsten
verkleinwoord uitkomstje uitkomstjes

Zelfstandig naamwoord

uitkomst v

  1. de afloop van een bepaald proces
    • De uitkomst ervan was dat hij er kon blijven wonen. 
  2. een omstandigheid of zaak die in een moeilijkheid voorziet
    • Het was een uitkomst dat je wist hoe dat moest. 
    • Alle pillen voor de hele week in één keer kunnen slikken. Dat zou een uitkomst zijn voor mensen die iedere dag op vaste tijden een flink aantal medicijnen slikken.[1] 
  3. (wiskunde), getal als resultaat van een bewerking.
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. NRC Sander Voormolen 10 januari 2018 Alle medicijnen in één pil