gereedschapskist
Uiterlijk

- Geluid: gereedschapskist (hulp, bestand)
- IPA: / ɣəˈretsxɑpsˌkɪst / (4 lettergrepen)
- ge·reed·schaps·kist
- samenstelling van gereedschap zn en kist zn met het invoegsel -s-
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | gereedschapskist | gereedschapskisten |
| verkleinwoord | gereedschapskistje | gereedschapskistjes |
- (gereedschap) afsluitbare bak waarin gereedschap opgeborgen en bijeengehouden wordt
- Leg dat alsjeblieft terug in de gereedschapskist!
- (figuurlijk) aantal mogelijkheden tot actie
- Het is „typisch Rutte”, vindt R. W. Maar ook weer niet helemaal. „Als premier doseerde hij het wat meer. Nu doet hij er een extra schep bovenop. Zijn hele gereedschapskist met overtuigende taal zet hij open voor onze Donald.”[1]
- Het woord gereedschapskist staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "gereedschapskist" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 100 % | van de Vlamingen.[2] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ www.nrc.nl (24 jun 2025)
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 16
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 4 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Invoegsel -s- in het Nederlands
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Gereedschap in het Nederlands
- Figuurlijk in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 100 %