geilaard

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • geil·aard
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van geil met het achtervoegsel -aard
enkelvoud meervoud
naamwoord geilaard geilaards
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

geilaard m

  1. (seksualiteit) (informeel) wellustig, hitsig persoon

Gangbaarheid

89 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.