geilaard

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • geil·aard
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van geil met het achtervoegsel -aard
enkelvoud meervoud
naamwoord geilaard geilaards
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

geilaard m

  1. (seksualiteit) (informeel) wellustig, hitsig persoon

Gangbaarheid

86 % van de Nederlanders;
91 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be