gedrag

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·drag
enkelvoud meervoud
naamwoord gedrag -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

gedrag o

  1. de manier waarop iemand optreedt of waarop iets ergens op reageert
    • Het elektrisch gedrag van halfgeleiders hangt sterk van hun gehalte aan onzuiverheden af. 
Synoniemen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie