eetgedrag

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • eet·ge·drag
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord eetgedrag
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

eetgedrag o

  1. de manier waarop en wat men eet
    • De dikke man heeft een heel ongezond eetgedrag. Hij eet n.l. te snel, met te weinig aandacht en vooral veel te vet, te zou en met teveel suiker. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen