gedeeltelijk

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·deel·te·lijk
Woordherkomst en -opbouw

Bijwoord

  1. niet volledig, voor een deel
    • De lening werd slechts gedeeltelijk terugbetaald. 
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen gedeeltelijk gedeeltelijker gedeeltelijkst
verbogen gedeeltelijke gedeeltelijkere gedeeltelijkste
partitief gedeeltelijks gedeeltelijkers -

Bijvoeglijk naamwoord

  1. onvolledig, maar een deel omvattend (niet gangbaar voor tastbare zaken)
    • De bewoners wilden een gedeeltelijk parkeerverbod om hun uitzicht te behouden. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.